
De stad Dinant
Men noemt ze wel eens de drie waakhonden van het oude graafschap Namen. Van-
daag ten dag zijn het romantische ruïnes. Als verweerde skeletten tekenen ze zich af tegen de azuurblauwe hemel. Afgebrokkelde en verzakte muren, torens begroeid
met klimop, resten van een waterput, details en fragmenten die soms verbazend
goed bewaard zijn gebleven... getuigen van de gewelddadige geschiedenis van deze
streek. Nee, liefhebbers zullen zeker niet ontgoocheld worden door de burchtruïnes
van Montaigle, Poilvache en Crèvecoeur. Het etiket 'Valleien van vestingen en
kastelen' slaat op het Land van Dinant en de Boven-Maas. Het is een streek die,
zomer en winter, allerlei soorten bezoekers aantrekt. Ze worden niet alleen verleid
door het feit dat Dinant zich 'de hoofdstad van de gastronomie' noemt, maar ook
door een netwerk van 1900 km bewegwijzerde paden, een rivier die een hele waaier
aan mogelijkheden biedt en een uitgebreide historische erfenis. Dat erfgoed bestaat uit veel meer dan roman-
tische ruïnes. Zo hebben de kasteelhoeve van Falaën en het kasteel van Spontin de geschiedenis goed doorstaan.
Twee andere locaties, Freyr en Annevoie, hebben daarboven nog een toegevoegde waarde en zijn vooral bekend door hun prachtige tuinen. In Freyr proeft men zelfs een beetje de sfeer van Versailles en dat is zowel te danken aan het fraaie kasteelinterieur als aan de prachtige tuinen. Ze liggen als het ware aangemeerd aan de Maas.
|